Hoofdagent Pien Selbeck zet je niet zomaar even opzij. Zou ook wel raar zijn voor een rugbyer met een glorieus verleden als judoka. Als Sportvrouw van het jaar 2011 is ze de ideale ambassadrice voor sportbeoefening bij de politie. Ze onderschrijft dan ook het initiatief van NPB Jong om de komende tijd het belang van een actieve levensstijl voor politieambtenaren te promoten, zoals vastgelegd in het NPB Jong Sportplan. Bij tal van collega’s laat de mentale en fysieke weerbaarheid te wensen over; meer ruimte en waardering voor sport kan daar verbetering in brengen.

Sommige mensen weten al jong waartoe ze in staat zijn. Pien Selbeck is zo iemand. Als veertienjarige judoka vroeg ze aan haar trainer: ‘Wanneer word ik nationaal kampioen bij de junioren?’ Het was al niet eens meer de vraag of ze het zou worden. En ze werd het, tot drie keer toe. Ook deed ze mee aan een WK en enkele EK’s junioren. Maar ja, haar ouders gingen scheiden en afgelopen was het met de ritjes met haar vader naar de training. ‘Ik presteerde minder en daar houd ik niet van. Ik raakte mijn motivatie kwijt.’

Anderhalf jaar deed ze niets aan sport. Tot ze tijdens haar werk in een café enkele rugbyers ontmoette die haar deze sport aanraadden. ‘Zo raakte ik in 2004 in het rugby verzeild, een jaar voordat ik aan de Politieacademie begon.’ De overstap naar rugby was niet zo groot. ‘Ik durfde al te tackelen en hardlopen deed ik ook al.’ Bij SRC Thor leerde ze de fijne en wat minder fijne kneepjes van het spel. Een jaar later deed ze al mee aan het EK 15’s rugby. In 2007 speelde ze haar eerste Rugby Sevens-wedstrijd met het Nederlandse team. Dat is een zware, snelle en dynamische variant van rugby en de enige vorm die op de Olympische Spelen wordt gespeeld. Dat is nauwelijks toevallig, want de lat kan voor Pien Selbeck niet hoog genoeg liggen. Ze ziet zichzelf al staan op het ereschavot in Rio de Janeiro tijdens de Olympische Spelen van 2016, waar ze de Olympische gouden medaille vastbijt.

Hangen en wurgen
Reden genoeg om Pien Selbeck, afgelopen november tijdens het sportgala van het regiokorps Amsterdam-Amstelland uitgeroepen to Sportvrouw van het jaar 2011, te vragen hoe ze het topsporten kan combineren met het werk bij de politie. Met hangen en wurgen, zo blijkt. ‘Op de Politieacademie kwam het erop aan goede planningen te maken en goed te communiceren, waardoor ik vrij kon krijgen. Ik mocht daarom naar het EK gaan. Maar trainingsfaciliteiten ontbraken.’

Tegenwoordig werkt ze twaalf uur per week bij de politie en traint ze tweeëndertig uur per week. Die moordende werkweek vraagt om een ijzeren discipline. Dat betekent om zes uur opstaan en eten klaarmaken volgens een eetplan waarin groenten, eieren en vitaminepillen de dienst uitmaken. ‘Heel wat anders dan in de politiekantine, daar kan ik vrijwel niets eten.’ Om kwart over zeven start ze haar scooter en rijdt ze vanaf haar Amsterdamse huis in hartje stad naar de NRB (Nederlandse Rugby Bond) in Amsterdam-Geuzenveld. Dan gauw weer naar huis, omkleden en eten (vlees en eieren) en daarna om klokslag elf aantreden bij Wijkteam Beursstraat. Als het drie uur is geweest gaat ze na gedane arbeid op de scooter huiswaarts, waar het omkleden geblazen is. De reis gaat dan weer naar de NRB voor de training. Om half zeven maakt ze weer eten, om half tien zet ze de wekker op scherp en duikt ze onder de wol.

Topsportcontract
Al met al maakt ze dus een loodzware 44-urige werkweek. Wat enige verlichting zou kunnen geven, is een topsportcontract binnen het Amsterdamse korps, waarvoor ze tijdens het gala een mondelinge toezegging kreeg van de korpschef. ‘Eigenlijk was ik daar nog blijer mee dan met de verkiezing tot sportvrouw van het jaar, want ik zat er al enige tijd op te wachten,’ zegt ze hierover op haar website. ‘De politie faciliteerde eerst helemaal niets,’ vertelt ze. ‘En nu wordt dat 80 uur per jaar. Helaas moet ik nog geduld hebben. Ik ben benieuwd wanneer ik mijn nieuwe contract zal ondertekenen.’ Terneergeslagen is ze niet, integendeel. ‘Het is een droomleven dat ik altijd al heb gewild. Sport staat voorop en daarnaast is maatschappelijke betrokkenheid ook heel belangrijk voor me. Met mijn werk is dat een mooie combinatie.’

Dankzij haar prestaties weet Pien collega’s te inspireren. ‘Als topsporter krijg je wat extra’s mee; je weet wat je moet doen om iets voor elkaar te krijgen. Ik kan collega’s motiveren om te gaan sporten en ik kan ze aansporen hun droom na te streven. Ook als het om werkgerelateerde zaken gaat, kan ik motiveren.’

Weerbaarheid
Meer sporten zou bij veel collega’s hun professionele weerbaarheid ten goede komen. Er zijn er te veel die door een gebrekkige conditie niet altijd hun mannetje staan en net tekort komen om bijvoorbeeld dat ene sprintje te trekken. ‘Voor de executieve mensen moet daarom een standaard komen; men moet een bepaalde basisconditie hebben om op straat te kunnen werken. En daarom moet je ook faciliteiten hebben om te sporten. Natuurlijk ben je als werknemer verantwoordelijk voor je conditie. Maar als de werkgever een sporttoets verplicht stelt, moet ze werknemers wel de kans geven om te trainen. Ik vind dat straks de nationale politie trainingsfaciliteiten moet aanreiken.’

Sterker en frisser
Een (top)sporter moet kunnen omgaan met tegenslagen. Ook dat verhoogt de mentale weerbaarheid. In het geval van Pien was de weg terug na een zware schouderblessure een heftige beproeving, ook al omdat ze er vorig jaar het EK in Boekarest door miste. ‘Het was eigenlijk onmogelijk om tijdig voor het volgende toernooi, november 2011 in Dubai, te herstellen, maar ik heb het toch gehaald. De kers op de taart was dat ik mee mocht naar Dubai. Je leert jezelf wel kennen in slechte tijden. Ik zat zes weken met mijn arm in een mitella. Dat was de hel, want ik ben nogal ongeduldig. Ik leerde doorzetten, waardoor ik tweeënhalve maand van de normale revalidatietijd heb afgesnoept. Ik kwam er sterker en frisser uit en weet nu ook pas echt wat andere mensen die zoiets overkomt doormaken. Mentaal was ik al aardig in balans, maar ik kan nu veel meer relativeren. Ik kan meer van het ‘nu’ genieten en denk niet meer alleen aan de toekomst.

Natuurlijk heeft Pien op het werk net als ieder ander ook wel eens mindere momenten. ‘Bijvoorbeeld als ik naar een zware aanrijding moet. Maar door de sport heb ik geleerd mijn gevoelens goed te uiten. Dat moet ook wel, anders weet niemand waar je mee bezig bent. Bij collega’s merk ik echter vaak een soort trots, die ze ervan weerhoudt op dat gebied hulp te vragen. Ze geven dan niet aan dat ze hun ervaringen geen plek kunnen geven en willen het zelf oplossen. Veel politiemensen willen niet hun zwakke kant laten zien. Maar juist als je lekker in je vel zit, stel je zulke vragen. Ben je onzeker, dan laat je het minder snel merken, is mijn ervaring.’

Pien Selbeck (27) rondde na de havo de Amsterdamse Politieacademie af. Zij woont in Amsterdam-Centrum en werkt twaalf uur in de week bij het Amsterdamse korps als hoofdagent (Wijkteam Beursstraat). Vanaf 1 september 2011 rugbyt ze fulltime (tweeëndertig uur per week) bij de Dutch Sevens Ladies. Bij dit eerste professionele Nederlandse vrouwenrugbyteam is ze center en prop (staat vooraan bij de scrum).

www.pienselbeck.com
Twitter: #pienselbeck

Advertenties