Auteur: Tim van Veen Op 29-11-2011

Foto: Tim van Veen

“The main difference between playing League and Union is that now I get my hangovers on Monday instead of Sunday.”

Stootsgewijs gaat er een pijnscheut door mijn hoofd. Het beschermende laagje tussen hersenen en schedel is tot een minimum gereduceerd als gevolg van uitdroging en mijn hartslag kan ik even missen als kiespijn. Mijn kater is gelukkig niet helemaal voor niets, mijn algehele staat van ellende staat in het teken van de journalistiek. Gisteren ben ik met de nieuwe lichting rugbyers van GSRC naar Amsterdam afgereisd voor het Jonghe Honden toernooi. Een toernooi voor beginnende studenten rugbyers. Meemaken is bij zijn, en dan moet je all the way.

“Rugby is a good occasion for keeping thirty bullies far from the center of the city.”

Het is 11:30 als ik op het station wordt verwacht. De dresscode, schotse kilt en jas-das, lijkt niet bij iedereen aangekomen te zijn waardoor ik er als een soort lulletje-van-de-week bijloop. Boeit me niet, het zit heerlijk, the joke ’s on them. Nog voor de trein voorbij Haren is bedenk ik me dat ik een verkeerde keuze heb gemaakt. “Gast, waar is je proefdas?” schijnt een normale manier te zijn om elkaar aan te spreken en de rugbyers zijn in een overdreven balorige stemming, die ik moeilijk kan plaatsen. Het lijkt allemaal een beetje te draaien om een foto van een kakkende GSRC’er op een hockeyveld, ik denk er het mijne van en houd mijn mond. Als de straf adjes in zo’n moordend tempo worden uitgedeeld dat iedereen gemiddeld al twee liter bier moet wegtikken wil ik eigenlijk alleen maar naar huis.

“The pub is as much a part of rugby as is the playing field.”

Tien uur later sta ik, omringd door Schotten, in een vol club honk, uit volle borst liederen mee te zingen: “How ’s your mother?” ALL RIGHT! “How ’s your sister?” TO TIGHT! “Yogi bear is in the fridge, polar polar. Yogi bear is in the fridge, polar polar bear.”Als ‘mijn’ aanvoerder zijn overwinningsspeech houdt roep ik net als de GSRC’ers om ‘politesse.’ Zo trots als een pauw ben ik als we de afzichtelijke Jonghe Honden bokaal in ontvangst nemen. Jezus wat vind ik deze lui ineens awesome en wat vind ik het vet als men denkt dat ik ook een rugbyspeler uit Groningen ben. Wat bier en rugby niet met de man kunnen doen. Mijn pogingen deze mannen bij te houden in hun drankgelach kunnen alleen worden omschreven als zielig, mijn halveliterad maakt weinig indruk. Misschien is het waar dat bier is uitgevonden om te voorkomen dat rugbyers de wereld overnemen.

“To rugby or to rugby. There is no question.”

Als om drie uur ’s middags de wedstrijden nog moeten beginnen duidt niets erop dat er een studententoernooi plaats gaat vinden. Er is een tap, een veld met wat verdwaalde rugbyers, maar daar is dan ook alles eigenlijk wel mee gezegd. Vijftien man aan de ene, en vijftien man aan de andere kant. Er wordt een eivormige bal tussen gegooid, de scheids wordt uitgescholden, en er wordt gewonnen door Groningen. Er is echter weinig om voor te vechten, roem verdien je aan de tap en in de wijde omgeving zijn geen vrouwen te vinden om je voor uit te sloven. Dat maakt de passie waarmee Jonghe Honden hun tegenstander terug proberen te dringen des te treffender.

“I think you enjoy the game more if you don’t know the rules. Anyway, you’re on the same wavelength as the referees.”

De Groningse Studenten Rugbyers gaan tot het gaatje, vijf wedstrijden lang. Twee Duitsers (de Nazi’s genoemd) en een Zuid Afrikaan vormen de tactische staf. Dit maakt de communicatie soms lastig maar het werkt. “Go Deep!” “Take him Down!” Zelfs voor een leek te begrijpen. Er lijken ook niet erg veel regels te zijn. Om nog wat inbreng te hebben in de overwinningen van het SK Team van de Maand ga ik er maar bij staan. Schreeuwend in de duisternis, met een kilt aan en een biertje in de hand heb ik me nog nooit zo mannelijk gevoeld.

“If there’s no Rugby team in Heaven, I’m not going…”

De buit is binnen, het feest is grandioos en net als ik mijn bijdrage aan een lied in wil zetten krijg ik te horen dat we weer terug moeten naar Groningen. Ik baal er van dat Amsterdam zo afgelegen ligt en niet dichter bij Groningen. De dreigementen van de buschauffeur iedereen eruit te zetten maken weinig indruk. “Gast waar is je proefdas” gniffel ik in mezelf. Zeventien corpsballen en een SK verslaggever vertrokken uit Groningen. Achttien corpsballen kwamen terug.

Het rijtje SK Teams van de Maand wordt steeds langer en is divers. Van het traditionele oer-Hollandse korfbal, de zaalvoetballers van Francken 4, de mannelijke en vrouwelijke ijshockeyers van Bulldog tot de nog mannelijkere rugbyers van de Groningse Studenten Rugby Club. Allen even leuk, op hun eigen manier. Paardrijders, handballers, roeiers, bowlers of paardrijders, volgende maand krijgt weer een ander team het predicaat Team van de Maand. Tot die tijd zijn het de winnaars van het Jonghe Honden toernooi. #ikhouertochvan.

Advertenties