Weg met die rijke, domme voetballers

Door: Simon Kuper

Weg met die rijke, domme voetballers

Ze zijn blank, géén miljonair en zien er uit als boeren. Het multiculti-voetbal gaat eraan: Frankrijk wil rugby.

Het café waar ik in Parijs ontbijt, hangt sinds kort vol rugbysouvenirs. Ik denk niet dat Momo, de mollige Noord-Afrikaan die ons bedient, zijn jeugd in het zuidwesten van Frankrijk doorgebracht heeft met het spelen van rugby. Ik denk eerder dat het café meegaat in het nationale modebeeld: rugby staat tegenwoordig model voor het ideale Frankrijk. Op papier moesten de Franse rugbyspelers zaterdag tegen Engeland spelen in het Six Nations toernooi (uitslag 12-10). Maar de realiteit is dat de ‘rugbymannen’ het opnamen tegen het Franse nationale voetbalteam. Het gaat erom ‘wie Frankrijk vertegenwoordigt.’ En voor de verandering staat het rugbyteam vóór.

Bruin en zwart
Jarenlang dacht je meteen aan het nationale voetbalteam als het ging om de vleesgeworden Franse natie. De overwinning van Les Bleus op het WK van 1998 wordt vaak genoemd als het beste moment van nationale eenheid sinds de bevrijding in 1944; met het verschil dat in 1998 alle Fransen aan dezelfde kant stonden. De Fransen liepen weg met hun grotendeels bruine en zwarte team. ‘Hier hebben we een Frankrijk dat wint en deze keer ook samen de overwinning viert’, zei president Jacques Chirac.
Maar toen de jongens uit de banlieu niet meer wonnen, werden ze weer gewoon jongens uit de banlieu. De filosoof Alain Finkielkraut noemde het team spottend ‘zwart-zwart-zwart’. Veel mensen waren het met hem eens. Het team kon het land niet meer verenigen. Het cult-tijdschrift So Foot legt uit: ‘Voetballers worden te goed betaald, zijn te stom, te duidelijk afkomstig uit de banlieu; de perfecte zondebok.’ En wat voetbalfans betreft, hun imago kun je samenvatten als ‘te weinig betaald, te stom, te duidelijk afkomstig uit de banlieu’.
Voetbal staat nu voor een modern, verstedelijkt, werelds Frankrijk – en ook nog eens een Frankrijk dat niet wint. Het rugbyteam wint wel. Door zaterdag Engeland te verslaan hebben ze een ‘Grand Slam’ gehaald.
Maar belangrijker nog: rugby staat voor het platteland van Frankrijk. Bij Frans rugby moest je altijd denken aan de dorpsveldjes in het zuidwesten van het land. In de jaren ’50, toen miljoenen Fransen wegtrokken uit de dorpen, werd het rugby voorgesteld als ‘symbool van nationale samenhang in een verder dramatisch veranderende wereld’, schrijft historicus Philip Dine. En een andere historicus, Jean-Pierre Bodis, zegt dat de plattelandsjongens die rugby speelden volgens velen gunstig afstaken tegen de jonge zakenmannen en langharige studenten in de steden.
Al heeft rugby dan altijd symbool gestaan voor het platteland van Frankrijk, tot voor kort hadden maar weinig Fransen buiten het zuidwesten er ook aandacht voor. Pas de laatste jaren is rugby met de hulp van kabel-tv in heel Frankrijk populair geworden. Dat was precies waar het land, dat zich zorgen maakte over de globalisering, naar op zoek was.
Geen wonder dat de Fransen Sébastien Chabal in hun hart sloten als hun favoriete rugbyspeler. Chabal, die invaller was tijdens de wedstrijd tegen Engeland, is niet zozeer geliefd vanwege zijn prestaties als wel vanwege zijn slordige baard en wilde ogen. Hij lijkt op de reïncarnatie van een veertiende-eeuwse boer en staat daarmee voor het tijdloze Frankrijk. De rugbyspelers van nu – bijna allemaal blank en over het algemeen geen miljonair – zijn het mannelijke ideaalbeeld in Frankrijk geworden. Zelfs modetijdschrift Elle heeft verklaard dat ‘Le Rugby c’est fashion!’ (‘Rugby is in!’).
De kaartverkoop, tv-rechten en shirtverkoop blijven omhoog gaan, vooral in het vroeger rugbyloze Parijs. Max Guazzini vertelt dat toen hij in de jaren ’90 de Parijse club Stade Francais overnam, er ‘zes betalende toeschouwers’ waren.

Massaal
Nu is het stadion met 80.000 plaatsen regelmatig uitverkocht. Er zijn andere Franse rugbyteams die zo nu en dan uitwijken naar grote voetbalstadions; symbolisch voor de wijze waarop het rugby het voetbal eruit aan het werken is.
Ze moeten er wel voor uitkijken niet te openlijk welvarend te worden. De sport moet het hebben van de landelijke eenvoud. Nu staan er volop sponsorlogo’s op de shirts en sommige sterspelers zijn rijk aan het worden; rugby gaat een beetje de kant van het voetbal op…
Dit betekent allemaal niet dat de Fransen nu massaal genieten van rugby, als sport. De meeste mensen begrijpen niets van de regels. Het marktonderzoeksbureau Sportlab heeft een veelzeggend onderzoek gepubliceerd: de ondervraagden prefereerden het Franse rugbyteam boven het Franse voetbalteam in een verhouding van meer dan twee tegen één.
Ze zeiden dat rugby hun normen en waarden vertegenwoordigde. Maar toen er werd gevraagd naar welk team ze zouden kijken als ze allebei tegelijk zouden spelen, noemden de meesten het voetbalteam. Maar ja, rugby is in Frankrijk ook meer dan een gewone sport, het is de belichaming van een Frankrijk dat al lang niet meer bestaat.