Mel Williamson overleden
Lang geleden (als ik foto’s zie uit die tijd dan valt het me altijd op dat ik ooit wel slank en afgetraind was (anderen valt alleen maar op dat ik ooit haar schijn te hebben gehad); waarom waren er toen geen digitale fototoestellen waar iedereen te pas en te onpas foto’s mee maakten), stond ik langs de kant bij de Amsterdam Sevens een biertje te drinken (duh!) toen Ronald Wels naar me toe kwam lopen.“Ik heb onze nieuwe trainer voor volgend jaar gezien.”“Is het wat?”“Nou hij stond in zijn blote kont op een tafel.”“En?”“Prima tatoeages!”En zo kwam het dat ik (en met mij nog ’n boel anderen) een jaar lang heb mogen trainen en spelen onder Mel. “Mogen” is hier het juiste woord, want ik heb er warme herinneringen aan. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik veel van hem heb geleerd. Maar dat lag niet aan Mel, Mel gaf meer dan genoeg, maar ik was (en ben) gewoon niet goed genoeg om daar voldoende gebruik van te kunnen maken. Later heb ik echter wel vaak terug gedacht aan dingen die hij toen aan had gegeven en wat ik daar jaren later wel mee kon doen. En dat was veel.Mel was een trainer die al sprak over opties en wat hoe het spel zich zou ontwikkelen (en vooral hoe je dat kon afdwingen) toen de meeste trainers nog druk bezig waren om de algehele skill-levels in het Nederlandse rugby naar een hoger plan te tillen (wat overigens goed gelukt is). Hoe goed Mel was is het best geïllustreerd aan de hand van de verzekering van De dat hij van niemand zoveel heeft geleerd als van Mel. Laat het landskampioenschap van Hilversum van vorig jaar dan ook het monument zijn van Mel’s gelijk.Hoewel het dus voor mij en mijn medespelers een rijk jaar was, was het dat wellicht niet voor Mel. Mel was toen toch een beetje een nomade. Hij reisde rond in een aftandse auto met zijn kinderen en ik had altijd het gevoel dat het niet zijn gelukkigste jaren waren. Hij heeft dan ook maar één jaar Hilversum getraind. Wat er had kunnen ontstaan als de situatie anders was geweest is iets waar we alleen maar van kunnen dromen.In latere jaren kwam ik Mel natuurlijk ieder jaar tegen bij de afsluiting van het seizoen als hij op de Amsterdam Sevens aantrad met zijn Exiles. Het toernooi dat ook een beetje zijn toernooi was. Hij heeft altijd vol gehouden dat hij op alle edities aanwezig is geweest en wij geloven hem. Hij won het toernooi vier keer: in 1992, 1994, 1995 en 1998. En ook als hij het niet won, dan was zijn bijdrage groot. Hij bracht spelers naar Nederland die beter waren dan wat wij ooit hadden gezien. Zelfs toen onze sport professioneel werd en het moeilijker werd om de absolute top mee te krijgen, wist hij nog bij tijd en wijlen een konijn van absolute schoonheid uit zijn hoed te toveren. Met als absolute topper natuurlijk Mr. Sevens himself: Waisale Serevi.Het was ieder jaar weer een feest om Mel te mogen zien in Amsterdam. Het ging beter met hem. Hij groeide een schitterende baard en werd een icoon. Het middelpunt van een feest dat hij zelf graag vierde. De laatste jaren glom en schitterde hij. En hoewel hij natuurlijk ieder jaar een jaar ouder moet zijn geworden, leek het vreemd genoeg of hij het proces van ouder worden had weten te ontsnappen.Ieder rugbyer weet dat hij zoveel mogelijk moet rugbyen, want er komt een dag dat het niet meer kan. Allemaal komen we op dag erachter dat over is. Afgelopen zomer kwam dat moment voor Mel; hij was afwezig in Amsterdam omdat hij ziek was geworden. Omdat opgeven niet in zijn systeem zat heeft het lang geduurd, maar deze week bereikte ons het bericht dat de Grote Man overleden is.Ik ben niet sentimenteel genoeg om hier nu te schrijven dat de Amsterdam Sevens nooit meer hetzelfde zullen zijn. Maar natuurlijk is dat wel zo.Mel; bedankt voor wat je ons gegeven hebt.Nick.
via aacrugby.com
